Er wordt hard gewerkt in mijn #1000soortenstadstuin. Niet zo heel erg door mij, want hoewel in de voortuin wel een paar nieuwe plantjes de grond in zijn gegaan, is de achtertuin nog precies zoals hij uit winter is gekomen. Maar er wordt wel hard gewerkt door de pimpelmeesjes. Waar ze vorig jaar het na het mos wel voor gezien hielden, hebben ze nu diezelfde laag mos als fundering gebruikt. Daarop is nog meer mos gelegd, waarna gedroogd gras volgt. En we zien ook al de eerste veertjes en plukjes wol.
Want, zo heb ik begrepen, pimpelmeesjes zijn erg kieskeurig wat betreft de afwerking van hun nestje, dat moet het liefst met haren zijn. Dus heb ik een voorraadje wol van iemand gebietst en opgehangen met kokostouw in de tuin. Vorig jaar had ik wol verzameld langs schapenweides (ook heel effectief, maar wel tijdsintensiever) en tussen de spijlen van de bank gepropt (minder effectief, want toen was het binnen één dag geroofd door een kauwtje). En hoewel ik de wol steeds verwaaider eruit vind komen te zien, zie ik weinig méér wol in het nestje verschijnen. Heel af en toe zie ik een koolmeesje wat prikken in de wol, maar het is zéker geen af en aan vliegen zoals ik had verwacht.
In ieder geval slaapt sinds een paar dagen 'ons' pimpelmeesje ook in dit nestje. Wellicht dat er ook al eitjes liggen, verstopt en al (het is ten slotte Pasen), maar wij hebben ze nog niet gezien. Dus vooralsnog zijn we vol verwachting van onze eigen #beleefdelente.